Mont ventoux
Ik heb iets met bergen. Een vakantie zonder bergen komt bij mij dan ook eigenlijk nooit voor. Of ik nu een berg oploop of met de auto omhoog rijd: die uitzichten, zeker bij helder weer, zijn magnifiek. Maar ook aan de voet van een berg verblijven, op een camping met uitzicht op de top, blijft prachtig. Toppen die hoog boven de wolken uitsteken en brutaal de hemel in priemen. Trots en majestueus, met of zonder sneeuw, kaal of begroeid, rotsachtig of groen. Ik kan er uren zitten: stil zijn, bidden en genieten — aan de voet of op de top. En op de top voelt het bijna alsof je net een stukje dichter bij de hemel bent. Alsof de bergen zich uitstrekken naar boven. Naar God.
Strontkar
Afgelopen zomer waren we een paar weken onderweg met de camper. Heerlijk vind ik dat — het ultieme gevoel van vrijheid. Regelmatig schrijven mensen briljante verhalen over deze zogenoemde ‘strontkar’, zoals de vrouw achter de pagina “Ik vind er wat van”. Niet iedereen is blijkbaar gemaakt om met zo’n ding rond te reizen, maar wij genieten er optimaal van. We reden dus met de strontkar via Normandië naar Spanje, vervolgens door de Pyreneeën naar de Provence, en eindigden na een kleine week Italië aan een meer in de Franse Alpen. Vier weken later en 5000 kilometer verder was Rijnsburg weer het eindstation.
Fietsen
Naast wandelen en rijden hou ik ook enorm van het fietsen in de bergen. De lijst met toppen die ik ooit nog wilde beklimmen werd steeds langer, maar ik had er nog niet één af kunnen vinken. Door hartproblemen van de afgelopen jaren had ik ook niet echt de illusie dat het nog zou gebeuren.
Maar afgelopen zomer lukte het: voor het eerst. De Col du Soulor in de Pyreneeën.
Het ging niet vanzelf, maar het gevoel om na zo’n inspanning boven te komen en onder het bord een foto te maken — zoals elke wielrenner doet — is onbeschrijfelijk. De beloning? Een fantastisch uitzicht en daarna met hoge snelheid de berg weer af. Thuis vertel ik maar niet hoe hard dat gaat. Bovendien besef ik sinds een paar jaar dat de risico’s nemen om een paar minuten sneller beneden te zijn het simpelweg niet meer waard is.
Omhoog
Onze camperroute voerde ook langs de Mont Ventoux. Een beroemde en beruchte berg in de Provence — een kale reus op een vreemde plek. Een monster van bijna 2000 meter hoog, toneel van talloze heroïsche gevechten in de Tour de France. Deze berg stond al lang bovenaan mijn lijst.
Met een camping aan zijn voet was het een uitgelezen kans, om deze geweldenaar aan te vallen. Omdat het die dag 38 graden zou worden, zette ik de wekker om 6:00 uur en zat ik om 7:00 uur op de fiets. De eerste vijf kilometer waren rustig, maar daarna begon de ellende: vrijwel alles boven de 8% stijging, nergens meer een moment om bij te komen. Zestien kilometer strak omhoog.
Maar waar ik een week eerder in de Pyreneeën moeite had mijn ritme te vinden, ging dit verrassend soepel.
"Wees sterk en moedig"
Dit keer geen leiderschapsles — althans, nog niet. Mijn gebed was eenvoudig: of God mij kracht en energie wilde geven, want in de eerste kilom eters voelde alles loodzwaar. Ik ben nu eenmaal geen liefhebber van vroeg sporten; ik heb altijd een uurtje nodig om warm te draaien. Net als een dieselmotor.
Tijdens dat gebed schoot een tekst door mijn gedachten die mij al een jaar achtervolgt: “Wees sterk en moedig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.”
Het is inmiddels mijn persoonlijke tekst geworden. In elke lastige bocht en elk steil stuk sprak ik die woorden hardop uit. Proclameerden andere teksten uit de Bijbel. Mijn gedachten gingen naar vervolgde christenen, naar Israël, naar Nigeria, Soedan, Colombia. Maar ook naar de wereldwijde kerk — het lichaam van Christus, waar wij allemaal deel van zijn. De één de hand, de ander de voet. Ieder met een eigen opdracht.
Zo trapte ik, trap voor trap, binnen twee uur naar boven op de ‘Kale Berg’. Makkelijk was het niet, maar het ging verrassend goed. Bovenop was het puur genieten. De vergezichten waren niet vast te leggen op een foto; zó mooi.
Kleine les
Toch nog een kleine leiderschapsles — toepasbaar in je werk, privé, maar ook in je geloofsleven.
We zien vaak tegen dingen op, maar willen tegelijkertijd iets bereiken. Dat voelt soms tegenstrijdig. Maar door goed voorbereid te zijn en het juiste materiaal te gebruiken, haal je de belangrijkste obstakels al weg.
Elke trap deed pijn — dat klopt. Maar elke trap deed mínder pijn omdat ik mijn focus goed had. Omdat ik besefte dat er mensen zijn die in heel andere omstandigheden leven. Omdat ik weet dat er Iemand is bij wie we alles mogen neerleggen. Dat geeft rust. Geen angst. Enorm veel rust.
En wie heeft ooit gezegd dat grote doelen makkelijk te behalen zijn? Grootse dingen kosten moeite, strijd, bloed, zweet en tranen, zoals een bekend nummer zingt. De overwinning is des te groter.
De Bijbel zegt het prachtig: “Wie zichzelf overwint, is sterker dan wie een stad inneemt.” (Spreuken 16:32)
Zelfbeheersing, geduld en het overwinnen van je eigen emoties en zwaktes zijn een grotere en duurzamere kracht dan elke tijdelijke overwinning op iets buiten jezelf.
Dat kan ik overigens niet alleen. Daar heb ik mijn gezin, familie en vrienden voor. En in een bredere kring de kerk en de vrijwilligersorganisaties waar ik actief mag zijn.
Maar aan het eind — of eigenlijk juist aan het begin — staat Jezus. Mijn grootste doel in het leven: Hem volgen. Volgeling zijn. Discipel.